juli 2016

dinsdag 14 februari 2012

Markt en overheid zetten in op hernieuwbaar gas en elektrisch vervoer









In het SER akkoord van 2013 stellen 40 organisaties, waaronder het Ministerie enkele ambitieuze doelen voor de mobiliteit- en transportsector:
- de uitstoot van broeikasgassen reduceren met minimaal 60 procent in 2050 ten opzichte van 1990
- een vermindering van de uitstoot van in 2030 tot maximaal 25 Mton CO2-equivalent (circa -17% t.o.v. 1990)
- naar verwachting in 2020 15 à 20 PJ te besparen ten opzichte van de referentieramingen van ECN/PBL 2012, ervan uitgaande dat dit overeenkomt met een CO2-reductie van 1,3-1,7 Mton ten opzichte van de verwachte trendontwikkeling in 2020 (niet begrepen de emissies van de luchtvaart en de zeescheepvaart).

Een uitwerking van het SER akkoord is gemaakt in de brandstoffenvisie die in 2014 verscheen onder regie van het ministerie van I&M. Enkele quotes uit deze visie:
  • Om de doelen te bereiken zijn ongeveer 3 miljoen nul-emissie voertuigen nodig.
  • Voor het wegvervoer werken de partners aan een transitie naar elektrische aandrijving gecombineerd met duurzame biobrandstoffen en hernieuwbaar gas als overbruggingsoptie en als lange termijn oplossing voor zwaar vervoer. En ondersteund met efficiencyverbeteringen. Voor de scheepvaart komt hier LNG bij
  • Rijden met nul-emissie voertuigen zorgt voor een gedeeltelijke ontkoppeling tussen mobiliteitsontwikkeling en de emissie van CO2, luchtverontreinigende stoffen en geluid. Voor veel consumenten en decentrale overheden staan de emissies vanwege gezondheids- en leefbaarheidseffecten centraal. De impact hiervan is in potentie zeer groot. Wel blijft de grondstoffenproblematiek bestaan en moeten brandstoffen ook duurzaam worden geproduceerd 
  • De sector Mobiliteit en Transport kan de vraag naar duurzame alternatieven in de huidige energiemix aanjagen. 
  • De toekomstige energievoorziening (2050) zal sterk zijn gebaseerd op duurzame energiebronnen zoals zon, wind, waterkracht en duurzame biomassa. De energievoorziening voor het vervoer gaat hierin mee. … Doordat deze energie niet op afroep beschikbaar is, en vaak niet op het moment dat de vraag het grootst is, is één van de grootste uitdagingen het balanceren van vraag en aanbod. 
Onderstaande grafiek maakt duidelijk hoe de SER-partijen de transitie naar wegvervoer zonder fossiele brandstoffen voorzien:
Bron: Een duurzame brandstoffenvisie met LEF, Ministerie van I&M, 2014  

Uit deze grafiek blijkt dat de transitie tot 2030 vooral gebaseerd is op het versterken van de huidige trend. Belangrijke factoren die de ontwikkeling daarna bepalen zijn:
  • (het tempo van de) ontwikkeling van elektrische autotechniek (accu’s, brandstofcellen), zowel qua prestaties als kosten, en 
  • de mate waarin hernieuwbare brandstoffen beschikbaar kunnen komen en betaalbaar zijn.
Vanuit de Rijksoverheid wordt gewerkt aan maatregelen om de transitie te faciliteren. Verschoning en besparing zijn sleutelbegrippen. Voor mobiliteit betekent dit dat wordt ingezet op minder automobiliteit en schoner vervoer. In het Energierapport 'Transitie naar duurzaam' zette het ministerie van EZ begin 2016 helder de beleidsvisie neer, onder andere in het hoofdstuk vervoer.

Waar het Rijk veel nadruk legt op elektrisch vervoer, ligt het accent bij de provincies op groen gas. Ook gemeenten spelen een belangrijke rol bij de transitie naar duurzame mobiliteit. Een goed voorbeeld is Eindhoven Energieneutraal.

Opvallend is dat het SER akkoord de nadruk legt op technische oplossingen. Binnen duurzame mobiliteit zijn naar analogie van de trias energetica meer oplossingen mogelijk:
  • Voorkomen van automobiliteit door: 
    • De ruimte zo te ordenen dat er zo min mogelijk verplaatsingen per auto nodig zijn (bijvoorbeeld grote kantoren bij treinstations plaatsen). 
    • Het stimuleren van het nieuwe werken en vormen van telepresence zoals webinars/webcasts, elektronisch vergaderen (webconference) en online winkelen. 
  • Transitie naar schonere voertuigen (de fiets, elektrische voertuigen en voertuigen op biobrandstof). 
  • (Schone) voertuigen zo efficiënt mogelijke gebruiken: slimmere mobiliteit bijvoorbeeld door met transferia openbaar vervoer beter te ontsluiten, maar ook door autodelen, carpoolen, vollere bussen, etc.


Gedrag

De sleutel naar een economie die minder afhankelijk is van olie ligt bij het consumentengedrag, niet bij de macro besluiten. De Europese Commissie waarschuwt voor ernstige tekorten voor 2020 en vindt dat consumenten meer doordrongen moeten worden van de noodzaak het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland de consument inmiddels wel doordrongen lijkt van de noodzaak. 77% wil duurzame energie stimuleren en 40% vindt dat vervoer een sector is waar veranderingen nodig zijn:

Bron: Ministerie van EZ,
klik op de afbeelding voor een grotere versie!

Ook blijkt dat voor veel mensen het stimuleren van de fiets, het OV, zuiniger rijgedrag, de elektrische auto en thuiswerken bespreekbare maatregelen zijn:
Bron: Ministerie van EZ, 
klik op de afbeelding voor een grotere versie!

Gedragsmaatregelen zijn een belangrijk onderdeel van oplossingen gericht op schone voertuigen en de reductie van het aantal gereden autokilometers. Zo biedt de aanleg van een fietssnelweg een mooi moment om een maatregel te treffen gericht op de vervoerswijzekeuze. KpVV ontwikkelde een handreiking voor het ontwikkelen van gedragsgerichte maatregelen.

Wilt u weten hoeveel energie de mobiliteit in uw gemeente verbruikt? Het energieverbruik is recht evenredig met de CO2 emissie. In het dashboard klimaat zie u hoeveel CO2 de mobiliteit van uw gemeente uitstoot ten opzichte van andere gemeenten en dus ook hoeveel energie hierin wordt verbruikt ten opzichte van andere gemeenten.

Hieronder een inspirerend TED filmpje over gedrag als sleutel tot energiebesparing:




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen